broedzorg

Kemphanen en kokmeeuwen verschillen nogal. Bij de kemphaan, bijvoorbeeld, doet de vrouw al het werk: een nest maken, broeden en jongen begeleiden. Bij de meeuwen doen man en vrouw het meestal samen. Toch staan de twee soorten in de evolutie niet zo heel ver van elkaar. Als je nader gaat kijken in de groep van naaste verwanten van de kemphaan, de groep van de strandlopers, vind je nog steeds grote verschillen. Er zijn monogame soorten, waarvan man en vrouw samen zorgen voor de nakomelingen. Er zijn soorten zonder vaste paarband, zoals bij de kemphaan. Er zijn ook soorten waarbij man en vrouw elk voor een eigen nest zorgen. Bij die soorten is er wel een paarband, maar alleen voor de tijd dat de eieren voor ťťn nest worden gelegd. Als het eerste nest klaar is, zoeken man en vrouw een nieuwe partner. De vrouw blijft op haar tweede nest, de man gaat terug naar het eerste. Ik raakte door dit alles nogal geÔnteresseerd in de evolutie van de broedzorg bij vogels.

Daarnaast was het mij opgevallen dat er grote verschillen waren in de aantallen mannen en vrouwen van de kemphaan die Nederland bezochten. In de tijd dat ik mijn waarnemingen deed, kwamen er in het voorjaar soms heel veel vrouwen naar de ontmoetingsplaatsen. Kennelijk paarden er veel meer vrouwen dan er mannen waren. Als je later naar broedende hennen ging zoeken, bleken er veel minder te zijn dan er mannen waren. Toen ontstond het idee dat veel hennen bevrucht naar de noordelijke broedgebieden in ScandinaviŽ en Noord-Rusland zouden trekken. Dat kon handig zijn, want de omstandigheden daar waren niet altijd gunstig. Dat idee voerde me ook naar de noordelijke broedgebieden in Lapland (foto onder). Was dat echt een belangrijk idee? Waarschijnlijk niet. De kemphanen hadden het wel gezien in Nederland. Eerst de hennen, later ook de hanen, hun manier van leven was niet meer te combineren met de veranderende landbouwmethoden.

Broedzorg bij vogels is me blijven fascineren. Vooral de vraag welke mogelijke broedzorgpatronen bij oervogels konden leiden tot de huidige diversiteit. Volgens mijn meest waarschijnlijke scenario heeft de vrouw van de oervogel zich vooral bezig gehouden met het produceren van eieren en de man met het verzorgen van die eieren en soms ook het begeleiden van de jongen. Dat patroon blijkt ook uit onderzoek aan fossiele nesten van vroege vogels en aanverwante dinosauriŽrs. Je ziet het ook bij de grootpoothoenders van oostelijk IndonesiŽ (zoals de thermometervogel waarvan de man de temperatuur regelt van een hoop rottend blad waarin de vrouwen hun eieren leggen), ťn bij de grote loopvogels, die zich vanaf zo'n 85 miljoen jaar geleden vanuit het zuidelijke continent Gondwana, waarschijnlijk grotendeels vliegend, over de wereld hebben verspreid. Kennelijk zijn de uitgestorven olifantsvogels en moa's, en de nog bestaande struisvogel, nandoe, emoe, kasuarissen en kiwi's pas later in de evolutie vleugellam en groot geworden.

 

 

contact via e-mail: johan-van-rhijn@wxs.nl