gedichtjes

Zo ongeveer vanaf mijn vijftiende kreeg ik belangstelling voor literatuur, niet alleen voor proza, maar ook voor poŽzie. De experimentele moderne dichters vond ik maar matig. Onder de dichters van die tijd had ik de grootste bewondering voor Annie M.G. Schmidt, vooral door de eenvoud, de humor en de strakke ritmiek. Ik kende aardig wat gedichtjes van haar uit het hoofd. Onder de dichters die toen niet meer leefden, was Piet Paaltjens mijn grote favoriet. Ik bezat de zevende druk van de "Snikken en grimlachjes", een erfstuk van mijn grootvader. Die kreeg het weer van zijn vader, en deze had het op 19 maart 1903 "als bewijs van hoogachting en vriendschap" van een naar elders vertrekkende leerling ontvangen.

Van Piet Paaltjens had ik verscheidene 'grimlachjes' op mijn repertoire staan. Daarnaast kende ik ook diverse passages uit het werk van Joost van den Vondel en anderen. Zo werd er bij gelegenheid wel eens wat gereciteerd en gewoonlijk werden die bijdragen aan feesten en partijen wel gewaardeerd.

Vreemd genoeg worden deze in mijn geheugen opgeslagen teksten niet verdrongen door allerlei andere informatie die de loop der jaren moest worden verwerkt. Af en toe, tijdens speciale gebeurtenissen, ontruk ik die verzen opnieuw aan de vergetelheid, en nog steeds voor een welwillend publiek. 

 

contact via e-mail: johan-van-rhijn@wxs.nl