pluimvee

schilderij van Albertus Verhoesen (1806Ė1881)

kolommetje in de NW-nieuwsbrief - zomer 2006

Het afgelopen najaar dook de vogelgriep in Turkije op en het vroege voorjaar op het Oostzee-eiland RŁgen. Minister Veerman reageerde alert en verordonneerde een ophok-plicht. De kans op een uitbraak in Nederland zou verminderd kunnen worden door contact met trekvogels uit te sluiten. De rol van trekvogels is twijfelachtig. Bij de besmettingen in Europa waren vooral watervogels betrokken, met name zwanen. Hun migratiepatroon is bekend: de kans is klein dat ze uit gebieden kwamen met vogelgriep. De effectiviteit van de ophok-plicht is ook twijfelachtig. De watervogels in plantsoenen en parken zijn van niemand en worden dus ook niet opgehokt.

De boetes waarmee gedreigd werd, waren niet mals, en de controle zou streng zijn. Ik heb daarom mijn vijftien krielkippen (die figureerden in een videoclip bij de cursus Gedragsbiologie) plus een duif maar naar binnen gejaagd. Ze hebben daar een redelijke ruimte en het leek erop dat ze het daar wel zouden uithouden.

Een jaar eerder was dat niet mogelijk geweest. Ik had toen nog twee hanen, een tamelijk jonge en een stokoude, die elkaar redelijk wisten te ontwijken. De stokoude was de baas. Dat veranderde in het voorjaar van 2005. De jonge haan greep plotsklaps de macht en ik heb de oude  moeten redden door hem de vrijheid te geven. Hij zat elke dag aan de buitenkant van de kippenren, verzamelde dan aan de andere kant van het gaas grote schare bewonderaarsters, en bracht de nacht door onder een afdakje. De jonge haan ontpopte zich als een supermacho, die niet geliefd werd bij de hennen. Tegen het najaar van 2005, toen de nachten kouder begonnen te worden, heb ik de jonge haan geslacht en opgegeten en de oude teruggezet voor een vreedzame levensavond. Daar heeft hij nog een maand van genoten, maar voor het jaar ten einde was ontsliep hij met de duif aan zijn zijde, die hem zachtjes in de veren kroelde.

Naarmate het voorjaar van 2006 vorderde, werd het binnenverblijf onacceptabeler voor mijn kippen. Minister Veerman had in Brussel toestemming gekregen om hobbykippen te enten. GeŽnte kippen zouden (na enkele weken) weer naar buiten mogen maar zonder de garantie van Ďniet ruimení bij een uitbraak. Ik heb ze niet geŽnt, maar hun ren verbouwd en voorzien van een dak en fijn gaas om wilde vogels en hun poep buiten te houden. De kippen wentelen zich weer wellustig in het zand.

Ik blijf me verbazen over de ophef rond de vogelgriep. Sommige Ďvogeltrekdeskundigení pikken gretig een graantje mee uit de pot voor de preventie. Ab Osterhaus gebruikt iedere gelegenheid om te waarschuwen tegen een pandemie met een omvang van de Spaanse griep, terwijl er wereldwijd nog geen honderd mensen aan de vogelgriep zijn overleden en er grote hoeveelheden Tamiflu op de plank liggen. Brussel weigert bij een uitbraak voor een andere strategie te kiezen dan grootschalige ruiming, terwijl enten veel doelmatiger zou zijn. Het vlees zou onverkoopbaar worden. Intussen koester ik mijn kippetjes die honderd maal beter af zijn dan die van mijn buurman, een commerciŽle kuikenmester. De mijne worden meer dan tien jaar oud, die van hem slechts zes weken. Alleen de emissie per kip zal bij hem wel wat lager zijn, maar met drieduizend keer zoveel kippen merk je daar niets van.

Johan van Rhijn

 

contact via e-mail: johan-van-rhijn@wxs.nl