Meeuwen

Het aantal kemphanen liep nogal terug in Nederland tijdens mijn onderzoek. De vrees dat ik daar iets mee te maken had, was ongegrond, maar voortzetting van het kemphanenproject lag niet meer voor de hand. Ik ging iets anders doen. Allereerst, ging ik zoeken naar de structuur in gedrag. Hoe zou dat binnen een dier geprogrammeerd kunnen zijn. De proefdieren waren tamme zilvermeeuwen die bij het laboratorium werden gehouden. Het gedrag dat onderzocht werd was baden en het poetsen van de veren daarna. Daar bleek een nogal strak patroon in te zitten.

Badende en poetsende meeuwen werken hun dagelijkse routines af zonder dat de omgeving daarbij een belangrijke invloed hoeft te hebben. Hoe anders is dat bij het sociale gedrag. Communicatie lijkt daarbij een sleutelrol te vervullen. Sommige onderzoekers
bestrijden op grond van evolutionaire argumenten, dat een dier zijn soortgenoten eerlijk informeert over zijn plannen. Met computersimulaties konden wij echter aannemelijk maken dat het informeren van je groepsgenoten over je plannen wel degelijk kan ontstaan in de evolutie.

Communicatie werd de belangrijkste onderzoeksvraag. Samen met Gerard Baerends, Jan Veen en Ron Vodegel
probeerde ik daar vat op te krijgen in een kokmeeuwenkolonie in de nog niet zo lang drooggelegde Lauwersmeer. Dat was nogal een cultuurshock na de kemphanen. Kokmeeuwen zitten met heel veel vogels dicht op elkaar in de broedkolonies. De mannen zijn nauwelijks te onderscheiden van de vrouwen. Individuen herken je al helemaal niet.

Ik besloot daarom al spoedig om een eigen kolonie te stichten in een grote kooi bij het laboratorium. De vogels kregen kleurringen en zo werd elk - ook voor mij - een uniek individu. De meeuwen in de kooi vormden paren, ze bouwden nesten en legden eieren. Ze bleken
niet zo monogaam te zijn als was gedacht. Sommige meeuwenmannen hadden meer vrouwen, sommige meeuwen legden - net als een koekoek - hun ei in een andermans nest, sommige meeuwenmannen vormden een paar met een andere man. Later, toen de afstamming met behulp van DNA kon worden onderzocht, bleken al deze varianten schering en inslag onder allerlei vogelsoorten.


De kooi bood allerlei mogelijkheden om te experimenteren. Zo konden de mannen (tijdelijk) worden gescheiden van de vrouwen. Ook werd er gepionierd met een zendertje dat het signaal van de hartslag doorgaf. Daarmee kon het verband tussen gedrag en inspanning in kaart worden gebracht.
English Start Nieuws Bezigheden Geschriften