Bioloog 'in ruste'?

Bij de Open Universiteit had ik gedurende een kleine twintig jaar met veel overgave geprobeerd om glashelder studiemateriaal te maken, ook voor mensen met weinig voorkennis. Dat werkt verslavend en toen ik met pensioen ging had ik niet het gevoel dat het klaar was. Ik wilde in ieder geval nog een boekje maken voor mijn oud-collega's en oud-studenten over de insteek van een bioloog (zoals ik) bij de milieuwetenschappen, de opleiding waar ik voor werkte. Dat werd 'Hoe rekbaar is onze planeet?' (2010) en niet veel later wilde ik het 'grote verband' blootleggen tussen mijn belangrijkste onderzoeksprojecten (kemphanen en meeuwen). Dat werd 'Darwins dating show'.

In die tijd ontstond er een nogal intensieve samenwerking met Joop Jukema, een pootaardappelteler 'in ruste' die met grote passie het aloude wilsternet inzette voor het verzamelen van wetenschappelijke gegevens. Ooit was dat net gebruikt voor het vangen van goudplevieren voor de poelier. Toen dat niet meer mocht, werden ze gevangen om ze te ringen. Niet alleen goudplevieren, ook doortrekkende kemphanen. Zo werd Joop de ontdekker van de faar, de man die zich als vrouw vermomt. Niet alleen ringen, ook opmeten, beschrijven en fotograferen. Joop had nog een pak gegevens op de plank liggen over kemphanen. Hij wilde graag samenwerken met iemand die daar chocola van kon maken en er een artikeltje over kon schrijven. Zo kwam ik weer terecht bij de aloude kemphaan! Er zat inderdaad
een artikeltje in.


Amerikaanse goudplevieren vangen in Uruguay.

Joop had nog meer op de plank, ook over goudplevieren. Hij had daarvoor al bijna alle uithoeken van de wereld bereisd. Daar zaten maar liefst drie publicaties in, een over de rui van de kleine slagpennen, een over het verband tussen rui en de afstand tussen broed- en overwinteringsgebied en een (in een respectabel internationaal vogeltijdschrift) over evolutie in actie: hoe twee populaties van dezelfde soort met verschillende overwinteringsgebieden ook in allerlei andere kenmerken van elkaar gaan verschillen.

Joop wilde nog meer: nieuwe gegevens verzamelen. Hij vertelde me dat hij nestjes van bontbekpleviertjes had gevonden op de bijna witte stranden in Nederland en de bijna zwarte vlaktes op IJsland. Op beide locaties waren ze bijna onvindbaar. Zouden ze misschien andere eieren leggen? Of ik geen zin had om mee naar IJsland te gaan? We zijn gegaan. We hebben nesten gevonden en beschreven. Joop heeft er het jaar daarop met familieleden nog veel meer gevonden en beschreven, maar we kregen daaruit geen enkele aanwijzing dat de eieren leken op de kleur van de omgeving.

Is zoiets de moeite waard om te publiceren? Ik had daar mijn twijfels over, heb er dus nog maar wat meer aan gemeten, er een 'zoek het nest-spel' bij gemaakt en dat geheel in één artikel gegoten. Daar bleek niemand iets in te zien. Misschien had het verhaal meer kans gemaakt als het in drieën was gesplitst, maar ik vond het welletjes. Wie het echt lezen wil, kan het
hier vinden, maar in geen enkel officiëel tijdschrift.
English Start Nieuws Bezigheden Geschriften